Prekenarchief
In goede machten geborgen
- zondag 3 januari 2010

Lucas 2 : 21-32

21 Toen er acht dagen verstreken waren en hij besneden zou worden, kreeg hij de naam Jezus, die de engel had genoemd nog voordat hij in de schoot van zijn moeder was ontvangen.

22 Toen de tijd was aangebroken dat ze zich overeenkomstig de wet van Mozes rein moesten laten verklaren, brachten ze hem naar Jeruzalem om hem aan de Heer aan te bieden, 23 zoals is voorgeschreven in de wet van de Heer: 'Elke eerstgeboren zoon moet aan de Heer worden toegewijd.' 24 Ook wilden ze het offer brengen dat de wet van de Heer voorschrijft: een koppel tortelduiven of twee jonge gewone duiven.

25 Er woonde toen in Jeruzalem een zekere Simeon. Hij was een rechtvaardig en vroom man, die uitzag naar de tijd dat God Israël vertroosting zou schenken, en de heilige Geest rustte op hem. 26 Het was hem door de heilige Geest geopenbaard dat hij niet zou sterven voordat hij de messias van de Heer zou hebben gezien. 27 Gedreven door de Geest kwam hij naar de tempel, en toen Jezus' ouders hun kind daar binnenbrachten om met hem te doen wat volgens de wet gebruikelijk is, 28 nam hij het in zijn armen en loofde hij God met de woorden:

29 'Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan,

zoals u hebt beloofd.

30 Want met eigen ogen heb ik de redding gezien

31 die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken:

32 een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen

en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.'

 

PREEK

Enkele dagen terug hebben velen stil gestaan bij de ontwikkelingen in het eigen leven en in de samenleving. Op oudejaarsavond kijkt menigeen van ons achterom, beziet wat er zoal gebeurd is in het afgelopen jaar en kan zich afvragen: wat bezielt ons? Wat bezielt mij? Je kan die vraag opvatten als één van verbijstering. Waar zijn we mee bezig, waar moet dat allemaal heen? Daarna kan je dezelfde vraag in meer positieve zin stellen. Wat is er aan bezieling in de maatschappij? Wat bezielt mij? Wat is er dat mij voedt, dat voeding geeft aan de ziel, wat je inspireert en vertrouwen geeft? Laat de samenleving als geheel zich nog inspireren door geloof of een ideaal of is bozigheid en ontevredenheid over anderen, de overheid, de mensen met een andere cultuur troef? Ben ikzelf nog gevoelig voor het evangelie, voor de goede boodschap die Christus ons bracht en die mij leert uit vertrouwen te leven en mij in te zetten voor een andere wereld, een betere wereld, het Koninkrijk van God? U heeft bij binnenkomst een kaartje ontvangen. Daarop staat de vraag: wat bezielt mij? Dit magnetisch kaartje kunt u bevestigen op b.v. de deur van de koelkast en zo kunt u meerdere malen per dag in aanraking komen met de vraag: waaruit leef ik eigenlijk?

 

Die vraag en het antwoord dat u erop vindt is van belang bij veel gebeurtenissen die het komende jaar op uw pad komen. Wat staat mijzelf, mijn dierbaren, mijn werk, ons land, de wereld te wachten? Is er reden om een nieuw jaar met vertrouwen tegemoet te zien? Dat mensen in de drukte van het leven, van het almaar doorhollen van het een naar het ander, behoefte hebben aan een moment van stilstaan en op de drempel van een oud en een nieuw jaar zich af te vragen: waar ben ik mee bezig en wat bezielt mij, dat is van alle tijden en culturen. We vinden dat al terug in de naam van de eerste maand: januari. We danken die naam aan Janus, een Romeinse God: de God van het begin en het einde. Zijn beeltenis laat een hoofd zien met twee gezichten, waarbij het ene gezicht vooruitkijkt en het andere achteruit. Niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk. De maand januari, waarin iedereen terugkijkt op het afgelopen jaar en vooruitkijkt naar het nieuwe jaar, is dan ook naar hem vernoemd. Janus is ook de God van alle ingangen en uitgangen. Vaak werd hij afgebeeld boven deurposten. Hij bezat alle poorten en deuren, die zowel naar het verleden als naar de toekomst openden. Hij werd aangeroepen op de drempel van een nieuw begin, als afscheid genomen werd van een verleden en een nieuwe toekomst zich opende, zoals bij een geboorte, een huwelijk. Tegenwoordig staat Janus vaak symbool voor allerlei dingen die twee tegenovergestelde zijden hebben; bijvoorbeeld het goede en het kwade, jong en oud, oorlog en vrede. We zeggen wel eens van iemand die twee geheel verschillende gezichten heeft: Hij heeft ook een Janus-kop.

 

Op deze oudejaarsavond zullen velen van ons een beetje als Janus in die twee richtingen kijken: achter je, naar wat geweest is en voor je, naar wat er komen kan. Dat wat achter je ligt kan zowel een bron van bemoediging, troost en dankbaarheid zijn, als iets waar je juist liever niet naar kijkt. Soms kleurt het verleden steeds warmer en mooier omdat je het in het heden niet kunt vinden en de toekomst angst inboezemt. Maar ook het omgekeerde is mogelijk: je doet hardnekkig je best om vooral niet meer stil te staan bij wat gebeurd is en houdt je blik angstvallig op de toekomst gericht, dat een nieuw begin moet brengen. Een mens kan met de rug naar de toekomst gaan staan. Maar ook kan je zonder je je bewust te willen zijn van je verleden, je wortels maar doorhollen en wel zien waar je uitkomt.

Het is in de Bijbellezing acht dagen na de geboorte van Christus. We horen van een kind aan het begin en twee oude mensen. Maria en Jozef brengen hun eerstgeborene naar de tempel om daar te doen wat gebruikelijk is. Wat hier in de tempel in Jeruzalem gebeurt is volledig Joods; daar zit geen christelijk element bij. Weer wordt ons duidelijk gemaakt dat Jozef, Maria en hun kind volledig in de Joodse traditie willen staan, zo God trouw willen dienen. Net als die andere twee, Simeon en Hanna.  Twee mensen die het als goede Joden van God verwachten en daarom op Gods heil blijven wachten, ook al is hun land bezet door een vreemde mogendheid en lijkt de situatie hopeloos. Deze twee oude mensen hebben niet heel veel toekomst te verwachten. De kracht van hun leven, waarmee ze van alles konden ondernemen, is geweken. Kunnen zij alleen of vooral over vroeger spreken? Leven zij in het verleden? Nee. Ze staan wel stevig in dat wat het verleden heeft overgeleverd. De traditie. De rijke traditie van het Joodse geloof. Dat geeft kracht om te vertrouwen en in het nu te staan. Misschien dat ze ook daarom, zo oud als ze zijn, ook nog naar de toekomst kunnen kijken. Dat is misschien niet hun persoonlijke toekomst, maar de toekomst vanuit hun traditie, de toekomst voor iedereen. Simeon verwacht en kijkt visionair, en ziet redding, verlossing, licht. En hij kan wachten, omdat het niet in zijn levensdagen hoeft te gebeuren. Wachten is ook hier het sleutelwoord tot een bijzonder leven. Kunnen wachten, niet versagen, want het van God verwachten. Twee mensen die uitzien naar de komst van de Messias, het daarom in Gods huis zoeken en trouw overeenkomstig Gods geboden leven. Twee geloofsgetuigen die tegen de klippen op blijven geloven, leven vol verwachting, leven met diepgang, een geïnspireerd leven. Het komt in hun leven zover doordat zij dichtbij God en zijn gebod leven en daar alles van verwachten. Wat een Godsvertrouwen! Indrukwekkend, deze twee voorbeeldige mensen, waardige vertegenwoordigers van het oude volk en een indrukwekkende traditie. Simeon staat op de vaste grond van de traditie en beziet vandaaruit, kritisch het heden en richt zich op de toekomst. Simeon staat op een hecht fundament. Daarom heeft Simeon ruggegraat, karakter. Simeon kent de onschatbare waarde van de dankbaarheid. Waar men die waarde van dankbaarheid en de waarde van een rijke geloofstraditie niet meer kent, komt vaak niet verder dan het uiten van onbehagen en ontevredenheid. We hoe gebrek aan beschaving en wispelturigheid broertje en zusje kunnen worden van zulk onbehagen.

Vandaag zal ons slotlied zijn gezang 398. De tekst is van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer: 'Door goede machten trouw en stil omgeven, zo wil ik met u leven en met u ingaan in het nieuwe jaar.' Deze woorden spreken nog altijd tot de verbeelding, niet het minst omdat we weten dat deze woorden geschreven zijn door een verzetsman tegen de nazi-barbarij, in zijn laatste oud en nieuw, toen hij gevangen zat in de Gestapo gevangenis van Berlijn. Hij had de wanhoop nabij kunnen zijn, over zijn lot hoefde hij zich weinig illusies te maken. Vier maanden later, op 9 april 1945 werd hij, samen met andere politieke opposanten, in opdracht van Hitler zelf door ophanging om het leven gebracht. Het ontroerende lied dat Bonhoeffer in de Gestapo-gevangenis in Berlijn schreef, wint aan betekenis, omdat we weten in welke omstandigheden hij zich geheel kon verlaten op zijn God en zich geborgen voelde in goede machten.  

Laat warm en stil de kaarsen branden heden, die Gij hier in ons duister hebt gebracht, breng als het kan ons samen, geef ons vrede. Wij weten het, uw licht schijnt in de nacht.
Valt om ons heen steeds meer het diepe zwijgen, de eenzaamheid die nergens uitkomst ziet, laat ons dan allerwegen horen stijgen tot lof van U het wereldwijde lied.
In goede machten liefderijk geborgen verwachten wij getroost wat komen mag. God is met ons des avonds en des morgens, is zeker met ons elke nieuwe dag.

God als de dragende grond van ons bestaan; God als enige steun en toeverlaat. Hoe waardevol dat is, daarvan is Simeon en daarvan is Diertich Bonhoeffer diep doordrongen. De dingen in Gods perspectief kunnen zien, dat schenkt hen troost, dat geeft hen ruggengraat. En zo worden we ook bij onszelf gebracht met die vraag op dat kaartje: Wat bezielt mij? Wat geeft betekenis aan mijn leven, in voor- en tegenspoed? Waarop en op wie kan ik vertrouwen? Wat maakt mijn leven zinvol, betekenisvol? De vraag regelmatig stellen is ook dichter bij een antwoord zoals Bonhoeffer vond aan het slot van zijn lied: God is met mij des avonds en des morgens, is zeker met ons elke nieuwe dag. Amen.

terug naar de vorige pagina