|
|
|
||||||
|
Afhankelijk maar onverwoestbaar - zondag 14 maart 2010 AFHANKELIJK, MAAR
ONVERWOESTBAAR “People who
need people are the luckiest people in the world”, zingt Barbra Streisand. “Mensen die mensen nodig hebben, zijn de gelukkigste mensen van de wereld.” Maar is dat zo, want in onze moderne samenleving lijkt een onafhankelijk bestaan het belangrijkste ideaal. Onafhankelijkheid betekent in de eerste plaats zelfredzaamheid: je eigen boontjes kunnen doppen en niet te zeer te hoeven leunen op anderen, zelfs niet op “vadertje staat”. Economische zelfstandigheid dus. Niet onbelangrijk, omdat die zelfredzaamheid mensen helpt zichzelf te ontplooien en mensen er eigenwaarde aan ontlenen. Maar een onafhankelijk bestaan is meer dan dat. Het menselijk leven kun je zien als een project, dat je in de loop van je leven realiseert. Dit project in alle vrijheid kunnen realiseren en wel zoveel mogelijk op eigen houtje, dat is onafhankelijkheid in brede zin: je leven zoveel mogelijk kunnen inrichten zoals jij dat wilt. Als een samenleving zoveel belang hecht aan een onafhankelijk bestaan, dan is het niet verwonderlijk dat afhankelijkheid laag wordt gewaardeerd. Mensen die mensen nodig hebben, noemen we bepaald niet gelukkig. We zien dit het duidelijkst in de gezondheidszorg, die erop gericht is de afhankelijkheid van mensen zoveel mogelijk terug te dringen. Uiteraard is dat in beginsel wenselijk: het bevorderen van de zelfredzaamheid van mensen draagt ertoe bij dat ze zich prettiger voelen. Tegelijk zien we dat dit maar ten dele haalbaar is: mensen die (bijna) continu zorg nodig hebben, zullen in bepaalde opzichten nooit helemaal zelfstandig worden. Als in een samenleving een onafhankelijk bestaan een hoog ideaal is, bestaat het gevaar dat dit ideaal wordt vereenzelvigd met volwaardig mens-zijn. Een volwaardig mens ben je als je onafhankelijk bent. Wie hulpbehoevend is, heet “gehandicapt” of heeft een “beperking” zoals dat de laatste tijd wordt genoemd. Niet alleen omdat die persoon lichamelijk of verstandelijk beperkingen heeft, maar ook omdat afhankelijkheid afbreuk lijkt te doen aan menselijkheid. Een hulpbehoevend mens kan zijn levensproject niet zelfstandig vormgeven en is daarom een “niet-kunner”. Als volwaardig mens-zijn gelijk is aan onafhankelijk zijn, vallen afhankelijke mensen dus al gauw buiten de boot. Is het misschien een gebrek aan de hedendaagse cultuur dat zij er niet in slaagt onafhankelijkheid en afhankelijkheid samen te denken. Ook niet-hulpbehoevende mensen zijn afhankelijk van anderen. Ieder van ons kan situaties bedenken waarin we zowel onafhankelijk als afhankelijk zijn. Een simpel voorbeeld is het gezin, waarvan de leden tegelijk zorg geven en ontvangen. De Amerikaanse ethica Joan Tronto zegt: mensen zijn nu een onafhankelijk, dan weer afhankelijk, of ze verlenen juist zorg aan anderen die afhankelijk zijn. Daarom kunnen mensen het best worden omschreven als wederzijds afhankelijk. Hulpbehoevend of niet, we zijn altijd aangewezen op aanvaarding door andere mensen. Maar het onafhankelijkheidsideaal van de moderne samenleving verhindert ons vaak om onszelf als afhankelijk te leren kennen, te accepteren en te waarderen. Dat maakt het ons moeilijk op voet van gelijkheid te leven met afhankelijke mensen. Dat is pas mogelijk als we het ideaal van een onafhankelijk bestaan relativeren. Wie zichzelf als afhankelijk heeft leren kennen, zal afhankelijke mensen nooit meer als minderen ervaren. Is onze maatschappij vooral gericht op het terugdringen van afhankelijkheid tussen mensen, op materieel gebied wordt juist afhankelijkheid gecreëerd. Loop langs de etalages in een winkelcentrum, zap een avondje langs de diverse tv-zenders en surf een uurtje op het internet, en je merkt dat de consumptiemaatschappij een broertje dood heeft aan echte onafhankelijkheid. Ook billboards stralen vaak uit: wees een individu. Maar de dubbelhartigheid druipt daar natuurlijk van af. Mensen worden op die billboards vaak aangespoord tot een persoonlijke levensstijl en tegelijk worden ze zoveel mogelijk aangemoedigd hetzelfde product te gebruiken. Misschien zegt het wel iets over onze Westerse cultuur: in naam zijn we allemaal individualisten, maar in werkelijkheid laten we ons, ook al is dat niet altijd bewust, de wet voorschrijven door de waan van de dag, door modes en trends, door wat de consumptiemaatschappij van ons verwacht. De vraag is: hoe zorgwekkend is dat? Sommigen zullen zeggen dat het allemaal wel meevalt en dat de hedendaagse consument verstandig genoeg is om zijn eigen keuzes te kunnen maken. Maar hoe vaak troeven mensen elkaar niet af met elektronische apparaten, stoere auto’s en verre vliegvakanties.? En hoe gevoelig – en dus kwetsbaar – zijn met name jongeren niet als het gat om modetrends, zoals (merk)kleding, mobieltjes en scooters? Die afhankelijkheid van trends kan ontaarden in waarachtige psychoterreur: wie niet meedoet, hoort er niet bij. Volgens de filosoof Soren Kierkegaard heeft onze maatschappij meer behoefte aan enkelingen. Een enkeling is in zijn perspectief geen individualist, omdat het niet iemand is die denkt het allemaal op eigen houtje te kunnen rooien. Nee, de enkeling is een mens die werkelijk zichzelf is. Een mens die wil, denkt en handelt uit eigen overtuiging en niet zoals “men” van hem verwacht. Alleen wie de moed heeft enkeling te zijn, is onafhankelijk. Want hij of zij heeft de moed te kiezen voor een bestaan dat gekenmerkt wordt door echtheid, tegenover de onechtheid van de massa. Uit eigen ervaring weet ik dat zo’n bestaan niet gemakkelijk is. Want de keerzijde van deze onafhankelijkheid kan een zekere eenzaamheid zijn: het gevoel er alleen voor te staan, zeker wanneer je in het dagelijks leven word omringd door andere mensen die een zekere vorm van conformisme in denken en handelen appreciëren. Maar er zijn ook mensen die een andere kant aan de eenzaamheid ontdekken; een kant die geen gemis is maar volheid. Dan gaat het om een levensgevoel dat kan worden omschreven als: “leven vanuit je enkelvoudigheid”: zelfaanvaarding, een rusten in je zelf en je zelf genoeg zijn. Niet voor niets kent het Engels twee woorden voor eenzaamheid: loneliness en solitude. Loneliness is dan de pijnlijke ervaring van gemis en afhankelijkheid. Solitude is de vreugdevolle ervaring van volheid en onafhankelijkheid. Jezelf genoeg zijn, is niet hetzelfde als zelfgenoegzaamheid. Geen mens immers is zichzelf geheel genoeg. Ieder van ons is aangewezen op aanvaarding door anderen. En veel gelovigen weten zich bovendien afhankelijk van de Eeuwige. Zo ervaar ik dat zelf ook. En het is die kosmische bron die het leven vanuit je enkelvoudigheid voedt. Het is een afhankelijkheid die kracht verleent, die een mens iets onverwoestbaars en onaantastbaars geeft. Psalm 125 drukt dat uit in een krachtig beeld: “Wie op de Eeuwige vertrouwt is als de Sionsberg, die onwankelbaar vast staat voor eeuwig”. Desalniettemin blijf je op erkenning door anderen aangewezen. En tegelijk vragen anderen om erkenning door jou. Want behalve dat het onmogelijk is om volledig onafhankelijk te zijn, is het ook onwenselijk. Het is onze plicht er te zijn voor anderen als ze ons nodig hebben. Kierkegaards enkeling is dan ook geen geïsoleerde figuur, maar een mens die verantwoordelijkheid neemt voor zichzelf en voor anderen. Vanuit de innerlijke standvastigheid die voortvloeit uit het vertrouwen dat je stelt in de Eeuwige, ben je in staat iets voor anderen te betekenen. Mensen die leven vanuit hun enkelvoudigheid laten zich dan ook niet gemakkelijk uit het veld slaan: ze zijn een steun en toeverlaat voor anderen. Niet aan mensen die zich afhankelijk weten ontbreekt iets, maar aan hen die geen mensen nodig hebben of die denken dat anderen hen niet nodig hebben. Barbra Streisand krijgt daarop opnieuw het laatste woord. |
|
|||||