|
|
|
||||||
|
Onze tijden zijn in de hand van de Eeuwige. Voorganger: ds. A.A. van Daalen - zondag 20 juni 2010
ONZE TIJDEN ZIJN IN DE HAND VAN DE EEUWIGE Ook vanmorgen komen we bijeen rond de oude verhalen die ons door de Joodse en Christelijke tradities zijn overgeleverd. In die Bijbelse verhalen, mythen en psalmen duikt al vroeg een mooi beeldend woord op. Daar is sprake van roeach. Dat Hebreeuwse woord betekent: wind, adem, geest. Het mysterie dat zo benoemd werd, beleefde de mens als het oerbeginsel, de oerkracht waarvan de hele schepping doortrokken was. Gods geest, zijn adem, zweefde in den beginne over de wateren (Genesis 1,2). Van oudsher beseffen mensen dat het menselijk leven en samenleven begeleid en gedragen wordt door een ons overstijgend mysterie. Een pasklare naam voor dat mysterie bestond en bestaat niet. Maar het besef moest en moet toch van tijd tot tijd benoemd worden. Ook christenen hebben daarvoor al te lang het woord Godï gebruikt en zelfs misbruikt. Mits niet volstrekt gedachteloos gebruikt, blijft dat woord naar mijn mening - bruikbaar als verwijzing naar dat mysterie. In het Genesisverhaal lezen we dat ook de mens zelf tot leven kwam en geïnspireerd werd door de adem van het mysterie. God formeerde de mens uit stof van de aarde, en blies hem de levensadem in de neus. Zo werd de mens een levende ziel.(Genesis 2,7). De ontvankelijkheid voor Bijbelse verhalen, mythen en psalmen is overigens zowel binnen als buiten de kerk afgenomen. En zelfs het ooit zo vertrouwde woord kerkï roept in onze tijd associaties van vervreemding op. Ook de landelijke verkiezingsuitslag van 9 juni maakt het afbrokkelend belang van instituties duidelijk, die in de verzuilde samenleving juist de spil in het maatschappelijk verkeer waren. Momenteel kunnen we constateren dat mensen hun eigen leven willen leven, waarbij een aantal niets moet hebben van instituties die een traditie hebben, waarin waarden en normen zijn verankerd, zoals de kerk. Dit betekent dan ook dat bewegingen, zonder structuur en zonder een gemeenschappelijk normatief kader, in onze tijd beter gedijen dan instituties. Misschien komt dat ook omdat bij bewegingen, in tegenstelling tot instituties, er vaak geen formele verplichtingen zijn voor hun sympathisanten. Hoe het ook zij, de maatschappelijke ontwikkelingen lijken aan te sluiten op de tijdgeest. Niettemin is het mysterie van de eeuwigheid gebleven. Daarom blijft ook in onze tijd de oervraag naar de zin van het leven zich op onvermoede plaatsen weer opdringen. De geest blijkt niet te doven. Ook buiten de religieuze instituties is een nieuwe zoektocht op gang gekomen. Het gaat daarbij overigens niet om de klassieke religie, maar om een zoek-religiositeit vanuit de vragen die in een moderne samenleving spelen. Zowel new-age als het wereldwijde succes van de pinksterbeweging is daarvan een gevolg. In dit zelfde kader is ook het woord spiritualiteit opgedoken. In dat woord zit het Latijnse woord spiritus. Oorspronkelijk verwees ook dat woord naar wind, lucht, adem. Maar in onze tijd en cultuur heeft het woord spiritualiteit gaandeweg een andere betekenis gekregen. Tegenwoordig wordt het zoeken van de zogeheten (post)moderne mens naar (waarden)ori�ntatie en inspiratie in zijn leven, aangeduid als spiritualiteit. Het gaat daarin
vooral om innerlijke beleving en persoonlijke betrokkenheid. In deze context
betekent spiritualiteit dan ook meer dan religieuze zingeving. De groeiende
aandacht voor spiritualiteit zien we ook vertaald in de wisselleerstoel Organisatie en spiritualiteit aan de
Universiteit Nyenrode en in de wereld van bestuurders, managers en
(zelfstandige) beroepsbeoefenaren die een personal coach zoeken met wie zij
de spirituele dimensie van hun werk verkennen. Deze interesse in
spiritualiteit toont aan, dat velen op dit moment in hun werk iets missen en op
zoek zijn naar motivatie en inspiratie. Tegelijkertijd
constateren we dat steeds meer professionele hulpverleners te maken krijgen met
cli�nten met werkgerelateerde stress en dreigende burn-out. Onderzoek wijst uit
dat juist aandacht voor spiritualiteit bijdraagt aan het aanpassings- en
probleemoplossend vermogen en (daardoor) beter functioneren (Gedrag en
Gezondheid, 2005). Het contact hebben
met onszelf, onze eigen positie, en de bronnen waardoor we geïnspireerd worden,
bepalen in grote mate ons persoonlijk en beroepsmatig functioneren en voor
velen zelfs hun geluk. Het is dan ook niet
verwonderlijk dat tegenwoordig spiritualiteit grote aandacht krijgt, omdat het als
een onlosmakelijk onderdeel van persoonlijk functioneren wordt gezien en als zo
danig ook van invloed is op het werk. Spiritualiteit wordt
in onze tijd ook wel omschreven als het proces waarbij de persoon, in contact
met iets wat hem of haar overstijgt, in de kern geraakt wordt en persoonlijke
ontwikkeling op gang komt. Dit geraakt worden
(voelen), krijgt concreet gestalte in waarden, overtuigingen, bij sommigen ook
in geloofsvoorstellingen (denken), in morele en levensbeschouwelijke/religieuze
gedragingen (handelen) en in doelgerichtheid en motivatie (willen), zowel op
persoonlijk vlak als op werkniveau. Vanuit die optiek
gaat het dan ook om doorleefde spiritualiteit, dat wil zeggen dat
spiritualiteit concreet gestalte krijgt in het denken, voelen, willen en
(ethisch) handelen van mensen. Hoe onze voorouders
hun leven leefden en hun geloofs- en/of levensvragen met elkaar verbonden, is
ons doorgegeven in vele oude verhalen. Die oude verhalen
mogen bij ons opnieuw klinken en kunnen uitzicht bieden op de kruispunten van
ons bestaan. Zoals gezegd wordt spiritualiteit
in onze tijd ook wel omschreven als het proces waarbij de persoon, in contact
met iets wat hem of haar overstijgt, in de kern geraakt wordt en persoonlijke
ontwikkeling op gang komt. In een
geloofsgemeenschap wordt dat overstijgende op vele manieren aangeduid: het
mysterie, de eeuwige, het goddelijke of als God. Zoals we al in de
oude verhalen kunnen lezen, veranderen mensen in het contact hiermee. Spiritualiteit
impliceert dus spirituele ontwikkeling. Dit kan zijn in de
vorm van een explicitering van het goddelijke, zoals de Bijbelse God tot wie
gebeden wordt. Het kan ook iets
zijn als een kracht die je voelt binnenstromen of een esthetische ervaring. Maar om er mee in
contact te komen is een ontvankelijke, receptieve houding nodig. Voor mijzelf
betekent dat, dat het mysterie, dat ik God noem, meer is dan God gebeurt. Vanmorgen werd een
gedicht over de tijden gelezen waarover de grote spirituele schrijver Prediker
al enkele duizenden jaren geleden schreef. Op het eerste gezicht staat zijn boek vol tegenstrijdigheden of minstens paradoxen. Maar bij nadere lezing blijkt dat Prediker de traditionele wijsheid citeert in de vorm van spreuken. En daar plaatst hij andere spreuken of eigen opwerpingen tegenover. Op die manier toont Prediker aan dat elke waarheid die door wijsheid verworven wordt, relatief is. Bekend is zijn uitspraak dat de tijd cyclisch is: Wat was, komt steeds weer terug. Wat gebeurde zal weer gebeuren. Er is niets nieuws onder de zon (1,9). Met andere woorden: deze schrijver ziet de tijd als een kringloop, als een cyclus. Deze cyclische kijk op de tijd geeft Prediker de ruimte nuchterder aan te kijken wat er in onze eigen tijd gebeurt: namelijk de tijd die ons gegeven is. Prediker ziet dat zo: Voor alles wat er gebeurt, is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel (3,1). Kort samengevat: alles heeft zijn tijd. Prediker illustreert dit in het derde hoofdstuk met een verfijnd dichtwerkje over de wet van de tijd. Er volgt een prachtige cadans van 28 of 14 paren. Dat is een veelvoud van 7 die in de Joodse traditie de totaliteit weergeeft. De gegevens zijn geschikt in paren van tegengestelden; dat is een andere manier om de totaliteit uit te drukken. We lezen in een prachtige cadans over 28 tijden: Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om te rooien, een tijd om te rouwen en een tijd om te juichen, enzovoort (3,2-8). Het eerste paar, geboorte en dood, verwijst naar de grenzen van ons bestaan. De boodschap daarvan is duidelijk: we hebben ons leven niet in de hand. Het is een groot avontuur waarin we heel wat levenservaringen opdoen, maar het leven zelf kunnen we niet beheersen. In 28 of 14 paren graast Prediker alle hoeken van het veld af, zeg maar: alle levensgebieden die ieder van ons kent: bouwen en breken, kwetsen en genezen, vreugde en verdriet, nabijheid en afstand, spreken en zwijgen, liefde en haat, oorlog en vrede. Maar wat nog interessanter is: Prediker durft de uitersten van het leven naast elkaar te zetten, de positieve en de negatieve. Volgens hem horen beide bij elkaar. Ook de dood hoort bij ons leven, en de scheiding en het verlies van de scheuring, enzovoort. Voor Prediker is dit spiritueel gezien zeer belangrijk: alle levenservaringen doorleven, om er van te leren, en gaandeweg tot inzicht te komen hoe het leven zo goed en verantwoord mogelijk geleefd kan worden. Dit Schriftgedeelte kwam bij naar boven toen ik op 8 juni tijdens een Europese predikantenconferentie in Polen, Auschwitz en Birkenau bezocht. Op een bijzonder indringende wijze werd ik daar met de grondbeginselen
van de nazistische ideologie geconfronteerd: haat tegen Joden, democratie,
communisme en de overtuiging van superioriteit van het Duitse volk boven het
andere. De Duitse nazis streefden naar een maatschappij bestaande uit een
zuiver ras. Daarom werd de vernietiging van Joden en ook Slaven, Roma (zigeuners) en
andere volkeren ten doel gesteld. Medio 1940 werd het Duitse concentratiekamp Auschwitz gebouwd. Aanvankelijk werden daar maatschappelijke en geestelijke leiders,
vertegenwoordigers van de Poolse intellectuelen en deelnemers aan het verzet in
ondergebracht. Maar vanaf 1942 kreeg het kamp ook een tweede functie te vervullen: het
werd het centrum van massale vernietiging van Europese Joden. Ze stierven alleen vanwege hun afkomst, ongeacht leeftijd of geslacht,
beroep, nationaliteit of politieke voorkeur. Om die reden werd dat concentratiekamp voor de wereld het symbool van
Holocaust, terreur en volkerenmoord. In totaal zijn er 1,1 miljoen mensen om het leven gekomen. Veelvuldig wordt de vraag gesteld: waar was God toen? Een voormalige gevangene van Auschwitz, prof. Wladyslaw Bartoszewski,
heeft daarop het volgende antwoord gegeven: Alleen mensen hebben deze tragedie veroorzaakt en alleen mensen kunnen
er voor zorgen dat dit niet weer geschiedt. Het hangt van de mensen zelf af, of deze tragedie opnieuw gebeurt. Toen ik door het voormalige concentratiekamp Birkenau liep, kwam bij mij
opnieuw het beeld op mijn netvlies van een religieuze Jood die medio 1945
hoorde dat al zijn familieleden daar waren omgekomen. Hij scheurde zijn bovenkleding en riep luid: Eeuwige, ik begrijp het
niet dat mensen dit elkaar kunnen aan doen. En vanuit zijn doorleefde spiritualiteit reciteerde hij vervolgens de
psalmist (31,15-16a,) met de woorden: Maar ik vertrouw op U, Eeuwige, Ik zeg: Gij zijt mijn God. Al mijn tijden (vanaf de geboorte tot en met het sterven waarover
Prediker al schreef), zijn in uw hand. Dat beeld vergeet ik nooit. Bij hem mochten oude
teksten opnieuw klinken en konden zij voor hem uitzicht bieden op de
kruispunten van zijn bestaan. In ons leven zijn er negatieve ervaringen, soms zeer pijnlijke tijden. Vaak overkomt mensen meer dan ze verdienen. Op het waarom hebben we niet altijd de juiste antwoorden. Maar het zijn de beeldende Schriftwoorden van vandaag die ons willen troosten
en bemoedigen: al onze tijden zijn men in de hand van de Eeuwige. Dat wil niet zeggen dat we in moeilijke levensmomenten dat altijd ook zo
zullen ervaren. Maar gezegend is de mens die het wel zo kan ervaren. Hoe we met onze positieve en negatieve levenservaringen omgaan, is
onlosmakelijk verbonden met onze spiritualiteit. En komen we daarbij dan ook in
contact met iets wat ons overstijgt, ons in de kern raakt? Juist bij crises is
het goed om even op adem te komen, om ook op die vraag te reflecteren. Dat we dan in alle
rust ons daarbij bezinnen op onze oerbronnen die getuigen van het mysterie,
zodat wij geïnspireerd verder kunnen gaan. Laten wij ons daar
voor openstellen. |
|
|||||