Prekenarchief
Hoop en toekomst
- zondag 23 september 2007

1e lezing
Jesaja 65 : 17-25
17 Zie, ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Wat er vroeger was raakt in vergetelheid,
het komt niemand ooit nog voor de geest.
18 Er zal alleen maar blijdschap zijn
en groot gejuich om wat ik schep.
Ik herschep Jeruzalem in een jubelende stad
en schenk haar bevolking vreugde.
19 Dan zal ik over Jeruzalem jubelen
en mij verblijden over mijn volk.
Geen geween of geweeklaag wordt daar nog gehoord.
20 Geen zuigeling zal daar meer zijn
die slechts enkele dagen leeft,
geen grijsaard die zijn jaren niet voltooit;
want een kind zal pas sterven als honderdjarige,
en wie geen honderd wordt, geldt als vervloekt.
21 Zij zullen huizen bouwen en er zelf in wonen,
wijngaarden planten en zelf van de opbrengst eten;
22 in wat zij bouwen zal geen ander wonen,
van wat zij planten zal geen ander eten.
Want de jaren van mijn volk
zullen zijn als de jaren van een boom;
mijn uitverkorenen zullen zelf genieten
van het werk van hun handen.
23 Zij zullen zich niet tevergeefs afmatten
en geen kinderen baren voor een verschrikkelijk lot.
Zij zullen, met heel hun nageslacht,
een volk zijn dat door de HEER is gezegend.
24 Ik zal hun antwoorden nog voor ze mij roepen,
ik zal hen verhoren terwijl ze nog spreken.
25 Wolf en lam zullen samen weiden,
een leeuw en een rund eten beide stro
en een slang zal zich voeden met stof.
Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil
op heel mijn heilige berg – zegt de HEER.


2e lezing : Lucas 12 : 32 - 40

32 Vrees niet, kleine kudde, want jullie Vader heeft jullie het koninkrijk willen schenken.
33 Verkoop je bezittingen en geef aalmoezen. Maak voor jezelf een geldbuidel die niet verslijt, een schat in de hemel die niet opraakt, waar een dief niet bij kan en die door geen mot kan worden aangevreten. 34 Waar jullie schat is, daar zal ook jullie hart zijn.
35 Sta klaar, doe je gordel om en houd de lampen brandend, 36 en wees als knechten die hun heer opwachten wanneer hij terugkeert van een bruiloft, zodat ze direct voor hem opendoen wanneer hij aanklopt. 37 Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft. Ik verzeker jullie: hij zal zijn gordel omdoen, hen aan tafel nodigen en hen bedienen. 38 Gelukkig degenen die hij zo aantreft, ook al komt hij midden in de nacht of kort voor het aanbreken van de dag. 39 Besef wel: als de heer des huizes had geweten op welk uur de dief zou komen, dan zou hij niet in zijn huis hebben laten inbreken. 40 Ook jullie moeten klaarstaan, want de Mensenzoon komt op een tijdstip waarop je het niet verwacht.’

OVERWEGING
Wat ging er in u om toen u zojuist de woorden van Jesaja hoorde die ons voorhoudt dat ons een ongekend idyllische toekomst te wachten staat? Een nieuwe hemel… een nieuwe aarde… In maar een handvol zinnen klonken de volgende beloften: blijdschap, gejuich, vreugde, gejubel, een verblijden. Tegelijk beseft deze profeet dat de werkelijkheid op dit moment ons andere dingen biedt. Hij spreekt over geween, geweeklaag, een voortijdige dood, de wolf die het lam verscheurt, de leeuw die dat doet met het rund, de mens die de andere mens tot een wolf is. Maar hij zegt: dat alles zal straks voorbij zijn. Ja, niemand doet dan nog kwaad. Zo’n visioen raakt aan een verlangen dat diep in ons allemaal leeft. Vrede in de samenleving, in ons privéleven, voorspoed; als we het al niet nastreven voor onszelf, dan toch zeker voor onze kinderen en kleinkinderen. Tegelijk weten we dat het om utopie gaat. Dat Griekse woord betekent ‘plek die niet kan bestaan’. Het visioen dat deze volmaakte toestand ooit op aarde zal heersen kan toch niet anders dan op fantasie zijn gebaseerd?
De huidige realiteit is die van wat elke dag op onze tv- en computerschermen, in de kranten weerspiegeld wordt. Geweld en oorlog, soms zelfs godsdienstig gemotiveerd, misdaad, honger, ziekte en de moeiten van de ouderdom, om maar enkele dingen te noemen. Het is de huidige realiteit, het is voor zover wij ons herinneren ook altijd de realiteit geweest. De cynicus zal vaststellen: het is niets, het was niets en het wordt niets met het menselijk bedrijf op deze aarde. Tot dat cynisme kan het christendom niet gerekend worden. Het verhaal van God en mens begint in het boek Genesis met de goede schepping: ‘En God zag dat het goed was’. Het verhaal wordt in het boek Openbaringen afgesloten met de belofte: ‘Er zal niets meer zijn waarop een vloek rust. Er zal geen nacht meer zijn, want God zal ons licht zijn’. Dan is er die nieuwe hemel en die nieuwe aarde.
Christenen worden opgevoed in de hoop. Deze „nieuwe hemel” en „nieuwe aarde” waarover de bijbel spreekt, zijn niet een nieuwe stoffelijke hemel of een nieuwe letterlijke aarde. De letterlijke aarde en hemelen werden volmaakt geschapen, en de bijbel toont aan dat ze voor eeuwig zullen blijven bestaan. De „nieuwe aarde” zal een rechtvaardige mensenmaatschappij op aarde zijn en de „nieuwe hemel” zal een volmaakt hemels koninkrijk vormen, ofwel een hemelse regering die over deze aardse mensenmaatschappij zal regeren. Gods koninkrijk zal onvergelijkelijke aardse zegeningen brengen, doordat het al het goede dat God oorspronkelijk voor zijn volk op aarde in petto had, zal verwezenlijken. Haatgevoelens en vooroordelen zullen ophouden te bestaan, en uiteindelijk zullen allen op aarde ware vrienden van elkaar zijn. God belooft in de bijbel dat hij ’oorlogen zal doen ophouden tot het uiteinde der aarde’. „Natie zal tegen natie geen zwaard opheffen, ook zullen zij de oorlog niet meer leren.” — Psalm 46:9; Jesaja 2:4.
De hele aarde zal ten slotte in een paradijselijke staat gebracht worden. De bijbel zegt: „De wildernis en de waterloze streek zullen zich uitbundig verheugen, en de woestijnvlakte zal blij zijn en bloeien als de saffraan. . . . Want in de wildernis zullen bruisende wateren zijn opgeweld, en stromen in de woestijnvlakte. En de door de hitte verschroeide bodem zal als een rietpoel zijn geworden, en de dorstige bodem als waterbronnen.” — Jesaja 35:1, 6, 7.
Er zal alle reden zijn om gelukkig te zijn op de Paradijsaarde. Nooit meer zullen mensen honger lijden wegens gebrek aan voedsel. „De aarde zelf zal stellig haar opbrengst geven”, zegt de bijbel (Psalm 67:6; 72:16). Allen zullen de vruchten van hun eigen arbeid plukken, zoals onze Schepper belooft: „Zij zullen stellig wijngaarden planten en hun vrucht eten. . . . zij zullen niet planten en iemand anders ervan eten.” — Jesaja 65:21, 22.
Maar is het realistisch te geloven dat „een nieuwe aarde”, of een prachtige nieuwe wereld, mogelijk is? We bidden erom, steeds weer: uw koninkrijk kome… uw wil geschiede, zoals in de hemel óók op deze aarde. Vaak hebben christenen zich laten verleiden door niets te doen. Wij kunnen dat koninkrijk niet tot stand brengen. Het zal gebeuren op Zijn tijd. En zo kan gezongen worden: Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw… Zo kunnen overheden en kerken mensen laten berusten in hun ellende. Niet nu, maar later, na je dood, dan wordt alle onrecht goedgemaakt. Anderen hebben getracht om het koninkrijk met geweld dichterbij te brengen. Uit de 16e eeuw, de tijd van de reformatie, kennen we de geschiedenis van de wederdopers. In Münster werd Jan van Leiden hun enige leider. Hij nam de titel van koning aan en richtte het “Koninkrijk Sion” op. Hij omgaf zich met een luisterrijke hofhouding. Op het niet naleven van de tien geboden in de stad stond de doodstraf. Zo zou Gods heerschappij kunnen worden afgedwongen. Maar als mensen het werk van God willen verrichten, dan zijn terreur en schrikbewind niet zelden het resultaat en eindigt het ideaal in het absolute tegendeel, in bloed en tranen. En zo verging het Jan van Leiden ook, samen met zijn z.g. Raad van 12 apostelen. Zo vergaat het in onze dagen ook in landen waar op godsdienst gebaseerde fundamentalistische regimes heersen. Hoed u voor hen die optreden in de naam van de Allerhoogste en optreden alsof zij de Allerhoogste zelf zijn!
Stille berusting en met geweld een andere wereld afdwingen. Het evangelie vraagt van ons noch het een noch het ander. Als het gaat om onze relatie tot die nieuwe wereld van God dan spreekt Jezus tot ons in wat we de bergrede zijn gaan noemen: honger en dorst maar naar gerechtigheid, wees een vredestichter, wees niet bang om daarvoor te moeten lijden. Wees een licht in deze wereld, wees zout voor de aarde. Vergeef anderen, heb je naasten lief, heb je vijanden lief. Christenen mogen en moeten actief het onrecht tegemoet treden, zij brengen liefde daar waar haat is. Het Godsrijk brengen zij zelf niet tot stand. Dat is niet aan ons. Wij moeten ons wel in de tussentijd gedragen als inwoners, als burgers van dat toekomstige koninkrijk. Minimaal gezegd: wij mogen met ons gedrag niet dat Godsrijk in de weg zitten. Maximaal: we moeten in ons handelen al een beeld zijn, een zichtbaar teken van hoop op dat wat gaat komen. We mogen signalen afgeven van die toekomende werkelijkheid. De cabaretier Herman van Veen schreef een lied met de titel Signalen waarin hij dat denk ik goed verwoordde: die dwaze moeders op het plein, van wie de kinderen verduisterd zijn… die vervolgden om geloof of as, of om wat vader was… geef hun een teken, een signaal, dat geen enkele deur eeuwig dicht zal zijn, dat aan ’t eind van de tunnel weer licht zal zijn.
Signalen afgeven. Dat lijkt niet veel in een wereld met zoveel nood en onrechtvaardigheid. Tegelijk is het ook alles. Het behoedt ons voor de depressie, het gevoel dat alles toch gaat zoals het gaat, dat wij er individueel noch met elkaar echt iets aan kunnen doen. Elk goed woord, woord van troost, vrede en vriendschap, helpt een ander om gesterkt verder te gaan en zelf ook signalen van hoop uit te zenden. Elke moedige daad van verzet tegen de boze machten die de wereld in de greep houden kan het begin zijn van een kleine verbetering van de omstandigheden van velen. Deze signalen kunnen christenen individueel afgeven, dat kan de plaatselijke kerkgemeenschap, dat kan de oecumene doen. Dat geven van signalen kunnen we ook gewoon omschrijven als ‘navolging’ van Christus.
Wij, als burgers van dat toekomstige Koninkrijk, zullen soms moeten afzien van onszelf, onze behoeftes aan bezit en aanzien, aan luxe en genot. Soms zal van ons een moedig getuigenis gevraagd worden. Het zal niet altijd meevallen om anders te zijn, wel ěn de deze wereld, maar niet vŕn deze wereld.
Maar steeds mogen de krachtige woorden klinken die Jezus, ook in het evangelie van vandaag, spreekt: Vrees niet! Wees niet bang. Sta waar je voor staan moet, en weet dat God jullie het rijk van recht en vrede wilt schenken. Vrees niet om afstand te doen van alles dat er niet wezenlijk toe doet. Laat je geld en bezit voor wat het is, laat het je leven niet bepalen, doe het zo mogelijk weg, zodat wat echt belangrijk is je hart gaat beheersen, je schat wordt.
Wat klinkt er in de bijbellezingen van vandaag veel dat haaks staat op de cultuur van deze tijd, waarbij vooral woorden als aan jezelf toekomen, genieten, relativeren zo’n grote rol spelen. Er is veel te doen voor christenen, omdat er zoveel is te doen om de wereld bewoonbaar te maken en mensen tot hun recht te doen komen. Wat klinkt er ook veel aan vertrouwen en bemoediging uit dezelfde bijbel. Stel je eens voor dat die bijbel niet meer tot spreken kwam en we niet meer hoorden van dat onwaarschijnlijke visioen van Jesaja.
Tien jaar geleden overleed in Hilversum een van de grootste spirituele schrijvers van de laatste eeuw, Henri Nouwen. Deze Nederlandse priester, die doceerde aan Amerikaanse universiteiten en uiteindelijk koos voor een leven in een gemeenschap van gezonde en geestelijk en lichamelijk gehandicapten in Canada, zei over het gevoel van zovele christenen dat ze zo weinig geloof kunnen hebben en zo weinig kunnen doen:
“Ook al laat ik mij vaak bang maken door onheilssignalen uit de wereld om mij heen, ik blijf geloven dat de paar jaren die wij doorbrengen op deze aarde deel uitmaken van een veel groter gebeuren, dat zich uitstrekt van ver voor onze geboorte tot ver na onze dood. Ik zie het als een gezonden zijn in de wereld van de tijd, een missie die stimulerend is en zelfs opwindend, vooral omdat Degene die mij heeft gezonden wacht tot ik terugkom en vertel wat ik geleerd heb.” (Henri Nouwen)

Amen.

terug naar de vorige pagina