|
|
|
||||||
|
In vuur en vlam door de Geest - zondag 23 mei 2010 Eerste Bijbellezing: gedeeltes uit Handelingen 1, 2 en 5. Pinksteren: feest van
wind en vuur Pinksterfeest.
Dat was een natuurfeest, een oogstfeest. Als de tarwe binnen was, vierden de
joden feest en dankten God. Ze offerden dat wat tarwe-aren in de tempel. De
meeste godsdienstige feesten zijn van oorsprong natuurfeesten. Dat komt omdat
mensen meenden dat de natuur, het leven een mysterie was: dat jij en ik leven
en de bloemen weer uitlopen; dat graan groeit waarvan je kunt eten. Het geheim
van het leven. Lezing: Er was eens een klooster met nog
maar vijf monniken. Ze waren oud en ze dachten: "Nog even en het is
afgelopen met ons." Nou wist de abt dat in de buurt van het klooster een
oude rabbi woonde. De abt en de rabbi waren vrienden. De abt ging naar de rabbi
toe. Hij zei: "Rabbi, wat moet ik doen? We zijn nog maar met ons vijven,
we zijn oud en binnenkort houdt ons klooster op te bestaan. Heb jij geen goede
raad?" "Nee", zei de rabbi, "ik heb geen goede raad. Ik
weet het ook niet. Het is bij ons precies hetzelfde. In de synagoge komt bijna
niemand meer. En ik heb ook gehoord dat de kerken leeglopen. Het spijt me
ontzettend, maar ik weet niet wat we daartegen kunnen doen." Lezing: Handelingen 1 en 2 4 Toen hij eens bij hen was,
droeg hij hun op: ‘Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de
belofte van de Vader, waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal
gaan. 5 Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt
met de heilige Geest.’ 6 Zij die bijeengekomen waren, vroegen hem: ‘Heer,
gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’
7 Hij antwoordde: ‘Het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader in
zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze
gebeurtenissen zullen plaatsvinden. 8 Maar wanneer de heilige Geest over
jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem,
in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ 9 Toen hij dit gezegd had, werd
hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet
meer zagen. 10 Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de
hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen.
11 Ze zeiden: ‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken?
Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze
terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.’ 12 Daarop keerden de
apostelen van de Olijfberg terug naar Jeruzalem. Deze berg ligt vlak bij de
stad, op een sabbatsreis afstand. 13 Toen ze in de
stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf
hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs
en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon
van Jakobus. 14 Vurig en eensgezind wijdden ze zich
aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met
zijn broers. 1 Toen de dag van het
Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. 2 Plotseling
klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis
waar ze zich bevonden geheel vulde. 3 Er verschenen
aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op
ieder van hen neerzetten, 4 en allen werden vervuld
van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen,
zoals hun door de Geest werd ingegeven. Lezing: Handelingen 5 Het gemeenschappelijke bezit 32 De groep mensen die het
geloof had aanvaard, leefde eendrachtig samen. Geen van hen beschouwde zijn
bezittingen als zijn persoonlijk eigendom, want ze hadden alles
gemeenschappelijk. 33 De apostelen bleven met grote kracht getuigen van de
opstanding van de Heer Jezus, en God begunstigde allen rijkelijk.
34 Niemand onder hen leed enig gebrek: wie een stuk grond of een huis
bezat, verkocht het, bracht de opbrengst naar de apostelen 35 en legde die
aan hun voeten neer, waarna het geld naar behoefte onder de gelovigen werd
verdeeld. 36 Een van hen was Josef, een
Leviet uit Cyprus, die van de apostelen de bijnaam Barnabas had gekregen, wat
in onze taal ‘zoon van de vertroosting’ betekent. 37 Hij bezat een akker,
die hij verkocht, waarna hij het geld naar de apostelen bracht. Pinksterpreek In een christelijke gemeente
wordt gelezen uit de bijbel. De bijbel is een dik boek. Afhankelijk van de
lettergrootte en het papierformaat mag je toch op zeker zo’n 1800 bladzijdes
rekenen. De typisch christelijke geschriften, waarvoor we de benaming ‘het
Nieuwe Testament’ hebben bedacht, nemen daarvan maar zo’n 300 voor hun
rekening, zeg maar een zesde deel. De verhalen over het leven van Jezus, de
evangeliën beslaan minder dan 150 pagina’s. En die bepalen in hoofdzaak onze
geloofsverhalen, wellicht met uitzondering van het eerste bijbelboek, Genesis. Met Pinksteren gaat het niet meer
over het leven van Jezus. Het verhaal over zijn zending gaat naadloos over in de
opdracht die is komen te liggen bij zijn volgelingen. Hoe heeft de geest van
Jezus, die de geest van God is, hoe heeft die doorgewerkt ? Daarover gaat het
eerste bijbelboek na de evangeliën, ‘De handelingen van de apostelen’. Daar heet het: Wanneer de heilige Geest over
jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen tot aan de
uiteinden van de aarde.’ Daar ligt dan
ook de vraag voor vanmorgen: heeft die
Geest van God ook ons te pakken? Voelen wij kracht om de zaak van God, het rijk
van vrede en recht, te dienen en in de wereld te zetten, ervan te getuigen. Of
zijn we helemaal niet zo bevlogen? In een kleine 40 bladzijden lezen
we in het boekje Handelingen over het ontstaan van de kerk, over de groei en
bloei van de eerste christelijke gemeenschap. Handelingen beschrijft de tijd van de kerk, de tijd dat de heilige
Geest de stuwende kracht is. Er zit vuur
en vaart in de beweging van Jezus, er is enthousiasme. De geest van God zet
steeds meer mensen in gang. Waarvan kan een mens in vuur en vlam gezet
worden? Dat moet iets zijn dat boven het
gewone uitsteekt, dat je warm maakt en het leven een heel bijzondere betekenis
geeft. Voor velen is dat voetballen. Je bent dan opgenomen in een gemeenschap
van mensen die gaan voor hetzelfde, die zich verbonden voelen met elkaar en
eenzelfde doel nastreven: de club kampioen. Het falen op school of op het werk
doet er niet meer toe, want je bent sterk met elkaar en het succes van de club
is ook jouw succes. De zaak van God heeft daarvan weg. Je bent opgenomen in een
gemeenschap, waarin mensen op elkaar kunnen terugvallen en die samen streven
naar hetzelfde doel: de komst van het koninkrijk Gods, het rijk van vrede en
recht hier op deze aarde. Dat is een hooggestemd doel, iets om offers voor te
brengen of eventueel voor te sterven.
Uit jezelf zal je daar niet zo toe komen, maar als je aangeblazen wordt
door de Geest, in vuur en vlam gezet wordt door de Geest, ja dan ken je jezelf
niet. Dan is het Pinksteren… Is dat ook niet wat wij hopen van een kerkelijke
gemeente waar we lid van zijn, dat we daar aangezet worden tot een leven uit de
geest, met meer geloof, hoop en liefde? Het boek Handelen geeft een
ideaal beeld als het zegt: ’Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de
opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. Ze vormden met elkaar een
gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.’ Op een andere plek lezen we: ‘De groep mensen
die het geloof had aanvaard, leefde eendrachtig samen. Geen van hen beschouwde
zijn bezittingen als zijn persoonlijk eigendom, want ze hadden alles
gemeenschappelijk. Niemand onder hen leed enig gebrek. Wie een stuk grond of
een huis bezat, verkocht het, bracht de opbrengst naar de apostelen en legde
die aan hun voeten neer, waarna het geld naar behoefte onder de gelovigen werd
verdeeld.’ Ja, zo zou het moeten zijn.
Zo ben je kerk met overtuigingskracht. We weten dat de werkelijkheid altijd
weerbarstiger is. Mensen en bewegingen met de meest fantastische idealen kunnen
vervallen aan al te menselijk gedrag, ruzie, machtsstreven, corruptie,
misbruik. De katholieke kerk is in een diepe crisis geraakt doordat de hoog
gestelde morele lat niet haalbaar bleek voor de eigen vertegenwoordigers. Er is een spanning tussen ideaal
en werkelijkheid. Het ideaal is dat de kerk de voorhoede is van Gods rijk van
vrede en recht dat gaat komen. Kijk naar de kerk en je ziet hoe Gods toekomst
er voor heel de aarde uitziet. Daar leven mensen al vanuit geloof, hoop en
liefde. De werkelijkheid is dat de kerk maar al te vaak gewoon mensenwerk
blijkt te zijn. Alle idealen ten spijt is er geruzie, zijn er grote ego’s,
worden er eigen belangetjes nagestreefd. Het uitdragen van de boodschap van
liefde en gerechtigheid en het zorg hebben voor medemens en schepping kan dan
lelijk op de achtergrond raken.
Hetzelfde kom je tegen in politieke partijen en actiegroepen. Waar
verwacht mag worden dat mensen zich dienstbaar maken aan het gezamenlijke
ideaal, daar gebeurt soms het omgekeerde. Niet dat wat het grote doel dient is
dan voor mij en voor de medeleden primair, maar dat ik gezien blijf worden,
invloed houd, ja dat ik kan schitteren. Het ideaal wordt dan gebruikt als
voermiddel om mijzelf te kunnen verwerkelijken, zelf een positie te bereiken,
de belangrijkste te worden. In kerken
kunnen machtsspelletjes en conflicten in synodes, kerkenraden,
bisschoppenconferenties het evangelie doen verbleken, niet in de laatste plaats
voor de buitenwereld. Hoe heilzaam zou het zijn als oude geestelijke oefeningen
hun plaats zouden terugwinnen. Het inoefenen van stilte, tijdens kerkdiensten,
in het persoonlijk leven. Het gebed, waarbij je naar binnen kijkt en je eigen
motieven onderzoekt en in verband brengt met
je relatie tot God. Het op geregelde tijden vasten, afzien van niet
noodzakelijk voedsel, het niet toegeven aan de drang tot kopen en consumeren.
Een mens kan zo komen tot dat wie hij of zij ten diepste bedoeld is, wie hij of
zij echt is, tot wat er uiteindelijk echt toe doet. Naast persoonlijke geldingsdrang
is er een ander gevaar dat het christelijk
ideaal in gevaar kan brengen en dat is de gehechtheid aan bezit. Aan de ene
kant omdat het comfort, de luxe je leven veraangenaamt; aan de andere kant
omdat bezit je een gevoel van veiligheid geeft, je hoeft niet bang te zijn voor
honger en ellende. Bezit heeft te maken
met de zorg voor jezelf, voor een leven
dat aangenaam is voor jezelf. Het brengt je weg van vertrouwen, dat je gerust
je mag wijden aan belangrijke idealen omdat er voor je gezorgd zal worden,
omdat je mag rekenen op God en medemensen. In de eerste gemeente is daarover
een akelig verhaal, zo weten we uit het boek Handelingen. Een zekere Ananias
was samen met zijn vrouw Saffira lid geworden van de christelijke gemeente en
verkocht, zoals de bedoeling was, zijn bezit om de opbrengst ten goede te laten
komen van de armen in de gemeente en buiten de gemeente. Zo verkocht hij een stuk grond, maar hield
toen puntje bij paaltje kwam een deel van de opbrengst achter. Zijn vrouw wist
daarvan. De rest van het geld bracht hij naar de apostelen. Hypocriet. Doen
alsof je gedreven wordt door het grote ideaal, maar daaraan niet kunnen voldoen
en voorwenden dat het wel zo is. Petrus zegt dan tegen hem: Ananias, waarom heb
je je door Satan laten misleiden en heb je de heilige geest bedrogen door een
deel van de opbrengst van het stuk land achter te houden? Je had het immers
niet hoeven te verkopen, en nu je het wel verkocht hebt, had je met de
opbrengst toch kunnen doen wat je wilde? Wat heeft je bezield om je zo te
gedragen? Niet de mensen heb je bedrogen, maar God zelf.’ Het bijbelse verhaal eindigt schokkend, want
in de volgende zin wordt verteld: ‘Bij het horen van deze woorden viel Ananias
neer en stierf, en iedereen wie dit ter ore kwam schrok hevig.’ Een dergelijke afloop van de vertelling lijkt
mij pedagogisch en theologisch nogal dubieus. Het komt in de buurt van ‘God
straft onmiddellijk’. Belangrijker lijkt
mij de waarschuwing voor het vast zitten aan je materiële zekerheden, het niet
kunnen loslaten van de dingen. Hoe komt
het dat die zo belangrijk voor je zijn? Je ziel kan vol zijn van grote
rijkdommen zoals liefde voor één of meer mensen in het bijzonder, of voor
muziek of gedichten, of voor een ideaal waar je aan werkt, of voor de rijkdom
van de natuur waar je steeds van geniet. Zo vol dat je belangstelling niet
uitgaat naar de dingen, of daar toch niet in de eerste plaats op gericht is. Je
ziel kan ook zo schraal, leeg zijn, zo zonder vertrouwen, dat uiterlijkheden en
de verzekering van een gevulde bankrekening ook je leven kunnen opvullen. Een werkelijk rijk mens als Gandhi bezat
niets en dat gold ook voor Albert Schweitzer en anderen. In hun gevulde leven, waarin zij zoveel tot stand
wisten te brengen voor de mensen om hen heen en ja voor de mensheid, lieten zij
bewust ruimte voor stilte en heilige leegte. De geest van God kreeg de kans om
vaardig over hen te worden. Als een wind waaide de geest door hun bestaan, als
een vuur nam het bezit van hen en ze
werden er warme persoonlijkheden van, brandend van liefde en gedrevenheid. Beste vrienden, het is
Pinksteren. Onze kleine gemeente wordt uitgenodigd de ramen open te gooien, om
de Gods wind te laten waaien en daarna ons naar buiten te richten, want de
wereld is groot, de nood van medemens en schepping al evenzeer en er valt veel te
doen. Wij zijn geroepen, wij zijn kerk en we zijn er om iets te doen. De bijbel
heeft 1800 pagina’s, het Nieuwe Testament heeft er 600, de evangeliën nemen
daarvan 150, maar de kern is samen te vatten in drie woorden: geloof, hoop en
liefde. Na de zomer, met het nieuwe seizoen, zetten we in met een nieuw
jaarthema, en dat heeft als titel ‘we zijn er om iets te doen’. Want alleen een
geloofsgemeenschap die iets doet vanuit geloof, hoop en liefde, doet er toe.
Met het eeuwenoude lied Veni Creator Spiritus, Kom Schepper Geest, bidden we: Verlicht ons duistere verstand, Geef dat ons hart van liefde
brandt En dat ons zwakke lichaam leeft Vanuit de kracht die Gij het
geeft. Amen. |
|
|||||