|
|
|
||||||
|
De kunst van het geluk - zondag 27 juni 2010
Mag
ik u eens op de man af, op de vrouw af, vragen: bent u gelukkig? Misschien is
die vraag vanmorgen voor u niet actueel en treft hij u nu omdat u ineens
zichzelf confronteert met minder prettige dingen die afbreuk doen aan uw
levensvreugde. Misschien durft u op die vraag niet spontaan ja te zeggen, omdat
er natuurlijk altijd wel iets knaagt. Voor heel veel mensen en dan vooral
buiten het toch wel verwende westen geldt dat zij aan die vraag niet eens
toekomen. Leven is voor hen vooral overleven. Ze hebben het daarmee te druk om
zich ook nog af te vragen of ze gelukkig zijn, dat is een luxe vraag. Of je
partner in alle opzichten ideaal is, kan er niet echt toe doen. Je hebt elkaar
hard nodig in de harde strijd om het bestaan. Voor calvinisten hier in Europa
gold vanuit religieuze overwegingen het adagium : je bent er niet om gelukkig
te zijn, maar om je plicht te doen. Katholieke jeugd leerde op de lagere school
elke week een aantal vragen en antwoorden catechismus uit het hoofd. De eerste
vraag luidde: Waartoe zijn wij op aarde? Het antwoord : Wij zijn op aarde om
God te dienen en daardoor hier en hiernamaals gelukkig te worden. Maar katholieken
die ter lagere school gingen vóór de oorlog moesten nog leren dat zij op aarde
waren om God te dienen en daardoor "in het hiernamaals" gelukkig te
worden, en niet "hier" al. Gelukkig
zijn is niet het resultaat van een eenvoudige optelsom. Niet: als je nu maar
gezond bent, geen armoede kent en lieve mensen om je heen hebt dan is het
resultaat: gelukkig zijn. We weten het: de een kan met een uiterst sober
bestaan, zeg maar in financiële armoede, zich toch rijk en gelukkig voelen, een
ander ongelukkig. Met een beperkende ziekte kan de een er heel wat van maken en
geluksmomenten kennen, een ander is verslagen en hoeft het allemaal niet meer.
Wat vaak afbreuk doet aan geluk is angst voor wat er komen gaat of misschien
zou kunnen gebeuren. In pastorale gesprekken wordt nog wel eens spontaan het
volgende gedichtje geciteerd: Een mens lijdt dikwijls ‘t meest Jezus
vraagt van ons in de bergrede niet angstig om te gaan met de nog onbekende
toekomst. “Maak je geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van
morgen zorgt wel voor zichzelf” (Mat. 6:34). In de praktijk valt het niet
mee om met zoveel gelovig vertrouwen in het leven te staan. ‘Wat er gebeurd is, is voorbij, In de Joodse en Christelijke traditie is het
Prediker die onder woorden brengt dat het goed is meer in het nu te leven en
niet in gisteren of morgen. Voor alles is een tijd. In een parafrase zegt de
ziekenhuispastor Marinus van den Berg het zo: Tijd
om te werken, tijd om te rusten Tijd
om te zaaien, tijd om te oogsten Tijd
om te feesten, tijd om te rouwen Tijd
om af te spreken, tijd om te zwijgen Tijd
om te luisteren, tijd om te praten Tijd
voor jezelf, tijd voor de Eeuwige. En
in onze tijd heeft Marijke van Hooft het zo mooi gezegd in een gedicht, u kunt
het meelezen van uw liturgie: Daglicht Sta
met mij in de tuin van het heden, Vang
het licht zolang het is, Roep
het donker niet, het komt Vanzelf.
Spreek niet van verleden. Leg
op de toekomst geen beslag Zie
deze dag als aanvang Belofte
voor wellicht een nieuw Begin.
Ontwaar de glans en kom Mij
daarin nader, geef dit moment Tot
in de kleinste ruimte zin.
Is
het waar wat onderzoekers aan de Universiteit van Michigan uit sociologisch
onderzoek naar empathie onder Amerikaanse studenten meenden te moeten
concluderen? De huidige generatie is
,,de meest egocentrische, narcistische” uit de recente geschiedenis. Er werd aan ze gevraagd of ze het eens waren
met de volgende uitspraak: ‘Ik probeer soms om mijn vrienden beter te begrijpen
door me voor te stellen hoe de zaken er voor hen uitzien.’ Minder dan de helft beaamde dat… De
verkiezingen voor de tweede kamer van begin deze maand lieten, denk ik, iets
zien van deze verandering in ons beleven. Angst speelde een rol, angst voor het
verlies van eigen baan, van eigen welvaart, het eigen huis, de
hypotheekrenteaftrek, angst voor de Islam, de buitenlanders, de onveiligheid en
een verminderde tolerantie voor wie anders is of het minder goed heeft. Zullen
Nederlandse kiezers zich bij het uitbrengen van hun stem nog hebben willen
voorstellen hoe de zaken er voor een ander uitzien? Wie is nog in staat niet
voor zichzelf maar voor een ander te kiezen? In
de christelijke traditie gaat deze gedachte dat de schatten die je hebt je
afgenomen mogen worden wanneer je anderen daarmee kan helpen nog radicaler
ingevuld. Eeuwenlang was er een armoede ideaal en daarvan was Franciscus een
inspirerende vertegenwoordiger. Bij hem ging het niet alleen om afstand te doen
van materieel bezit, maar ook van ander geluk. Verdriet en pijn aanvaarden om
anderen gelukkig te kunnen maken en daar dan zelf je geluk in vinden. Er is een
anekdote over hem dat zegt: Franciscus is overleden en klopt aan bij de hemelpoort. Petrus doet open, begroet hem
en waarschuwt tegelijkertijd voor de
reis naar boven. - Franciscus, het zal voor jou niet moeilijk zijn, maar
om in de hemel te komen moet je langs een zeer smalle dam die over het vagevuur
gaat. De meeste mensen vallen er af. Franciscus gaat moedig op weg over het zeer smalle pad.
Rondom hem hoort hij gesteun en gejammer van zondaren in het vagevuur die hem
om hulp smeken. Franciscus steekt zijn hand uit en met een hele sliert zondaren
bereikt hij de opperste rechter. Vertoornd buldert deze: - Franciscus wat heb je nou gedaan.
Je hebt mijn wetten overschreden en deze
zondaren de hemel binnen gelaten. Voor straf moet jij hun zonden in het
vagevuur uitzitten. Franciscus antwoordt:- Het zij zo - en ondergaat vele
duizenden jaren zijn straf zwemmend in het vagevuur. Als zijn tijd om is klimt hij moeizaam op de wal en komt weer aan bij God, die tegen hem zegt:
-Je hebt nu zeker je les wel geleerd, en je zult mijn regels niet meer zo
makkelijk overtreden, door zondaren uit het vagevuur te redden. Na enig nadenken zegt Franciscus:- Nu ik weet hoe
verschrikkelijk het daar is, zal ik dat zeker wel doen. Waarop God begint te
lachen! Gelukkig
zijn heeft kennelijk alles te maken met er te zijn met en voor anderen. En dan
zijn er nog andere factoren zoals het overlijden van dierbaren, ziekte en
tegenslag die je niet op te lossen zijn, ook niet door er te zijn voor anderen
of door anderen die ervoor jou zijn. Omdat anderen hooguit je kunnen troosten.
Daarvoor reikt onze traditie de geestelijke oefening van de aanvaarding. Reinhold
Niebuhr (1892-1971) was een Amerikaans protestants theoloog. Hij
schreef over in opstand komen en aanvaarding deze beroemde regels, waarmee ik
af wil sluiten: God
Geef mij de rust
Om te aanvaarden
Wat ik niet kan veranderen
De moed
Om te veranderen
Wat ik niet kan aanvaarden
En de wijsheid
Om het een van het ander
Te onderscheiden.
|
|
|||||